Ditty Ketting

X
Untitled 412
Untitled 436
Untiteld 414
Untitled 421
Untitled 438
Untitled 440
Untitled 391
Untitled 429

Geboren in Rotterdam, Nederland, in 1952 
Opleiding aan de Academie van Beeldende Kunsten, Rotterdam, 1975-1980

Ditty Ketting werd in 1952 als Ditty Meijboom geboren en woont en werkt haar hele leven al op Pernis.

Op haar 23e ging ze naar de kunstacademie in Rotterdam. Ze heeft altijd abstract gewerkt en studeerde ook af met geometrische, grafische composities. Na de academie raakte ze vooral geïnteresseerd in de kleurenleer van Friedrich Wilhelm Herschel - na zijn vestiging in Engeland Fredrick William – (1738-1822) die het infrarood licht ontdekt door met een thermometer de temperatuur te meten van gekleurd licht dat door een spectrum valt. Rood was warmer dan blauw en naast het rood mat hij een nog hogere temperatuur, waaruit hij afleidde dat er licht moest zijn met een kleur die voor het menselijk oog onzichtbaar was. De samenhang tussen licht en kleur heeft sindsdien het werk van Ditty Ketting bepaald. Kleurtoon is voor al haar schilderijen van groot belang: de basiskleur zonder toevoeging van zwart wit of grijs. Door die toevoegingen wordt de kleurtoon lichter of donkerder, bleek of verzadigd, doorschijnend of opaak – de variaties zijn eindeloos en in de combinatie van verschillende kleuren die variëren in hun toonwaarde kun je als kunstenaar eindeloos op zoek blijven naar harmonieuze verhoudingen, contrasten, fricties en spanningen in het gebied van licht en ruimte.

Na Herschel was de kleurenleer van Josef Albers (1888-1976) voor Ditty Ketting betekenisvol. Diens ‘Interaction of Color’ uit 1963 is voor haar een leidraad bij het tot stand brengen van haar werk binnen een eigen variant van het beschikbare kleurenspectrum. Albers benaderde de werking van kleur als een proces van ‘trial and error’ en schreef geen didactisch, theoretisch dogma voor. Dat hield in dat je je als kunstenaar een vrije omgang met kleurprincipes eigen kon maken en dat is wat Ditty Ketting heeft gedaan. Ze werkt met een kleurencirkel van veertien basiskleuren verlopend van licht geel via oranje en rood naar dieppaars en blauw naar lichtgroen. Die kleuren in acrylverf zijn voor haar het beginpunt van ieder schilderij. Je zou ze kunnen zien als haar kleurenklavier waarmee zij haar schilderijen componeert. Hoewel haar werkwijze allerlei formele beperkingen kent – alleen verticalen en horizontalen in lijnen en vlakken die doorlopen over de rand van het strak als een trommelvel gespannen doek waardoor ieder schilderij een object met een bepaalde dikte en diepte is – is de visuele rijkdom ervan indrukwekkend. De eerste twintig jaar na haar afstuderen werkte ze zelfs uitsluitend met composities in verticalen.

Ze ziet haar uiterst formeel ogende abstracte werk als een politiek verzet en een activistische bestrijding van onrechtvaardigheid en onverschilligheid. Een enkel schilderij van Ditty Ketting overtuigt je wellicht niet van die persoonlijke uiteenzetting met de bepaling van het levenslot, maar vanaf een tweede schilderij wordt al duidelijk dat zij niet enkel neutraal abstract werk maakt. In alle opzichten is haar werk betekenisvol en hoe rationeel ze ook te werk gaat, de uitkomst van de kleurencomposities is altijd in tegenspraak met de vooraf bepaalde principes. Als dat niet zo zou zijn, kon geen schilderij van haar mislukken. Dan is het een kwestie van het uitvoeren van een kloppende partituur, maar bij haar is de uitkomst een kwestie van de interpretatie van de vaste gegevens die ze tot haar beschikking heeft. De schilderijen van Ditty Ketting refereren niet aan waarnemingen in de werkelijkheid. Het zijn op zichzelf staande kleurencomposities die van tevoren zorgvuldig zijn berekend met een ingebouwde mogelijkheid om die berekening in twijfel te trekken. De onvoorspelbare veranderlijkheid van de werking van kleuren ten opzichte van elkaar biedt haar de vrijheid om de beheersing van haar talent de vrije loop te laten. Ieder kader dat zij zich stelt is er om eraan te ontkomen. Haar mogelijkheden zijn eindeloos, en ze kiest steeds een weg waarvan ze de bestemming niet kent.

Het lijkt met elkaar in tegenspraak die vrijheid van verbeelding in precieze zorgvuldigheid. Voor Ditty Ketting is het juist die omzichtige manier van werken waarbij ieder persoonlijk handschrift wordt weggewerkt – je ziet bij haar geen herkenbare verfstreek of doorschemerende ondertekeningen – door gebruik te maken van liniaal, trekpen en penseel. Ze beoordeelt op het oog en haar gevoel of het schilderij die materiële intensiteit en straling heeft die doorslaggevend is voor de kwaliteit ervan. Aan ieder schilderij gaat een schets vooraf, een compositiestudie waarin ze nauwkeurig het hele proces van het schilderij heeft uitgedacht. Het zijn elkaar in reeksen opvolgende kleurvlakken in bepaalde kleurtonen waarin ze op voorhand bepaalde onderbrekingen plaatst die in een onbestemd wit cesuren, of muzikaal gesproken ‘rusten’, aanbrengen die de ritmiek onderbreken. Die mate van rust en stilte in haar werk is bepalend voor de overtuigingskracht ervan. In haar schilderijen zie je een voortdurend streven om iedere rusteloosheid op te heffen. Het gaat erom hoe ze meerstemmigheid weet te vatten in samenhangende composities waarin alle ongelijkheid is opgeheven. Haar schilderijen zijn een verweer tegen machteloosheid, willekeur en machtsmisbruik. Voor haar werk bestaat in feite geen taal, je kunt het enkel kijkend ondergaan. Wat je denkt lost op in wat je ziet.

Op basis van een tekst van Alex de Vries

Deel dit artikel